Contact / Pleegouderraad / Van 18- naar 18+

Van 18- naar 18+

April 2017 – Dat de overgang van 18- naar 18+ een lastige tijd kan zijn en voor iedereen uniek en bijzonder is, blijkt wel uit de reacties die de pleegouderraad op dit thema kreeg. De individuele ervaringen van pleegouders zijn zo uiteenlopend dat er voor ons geen samenhang in te ontdekken is. Door de regels heen zien we wel een gemeenschappelijke factor. De liefde voor de kinderen, die niet wordt begrensd door de magische ’18 jaar’. Zo schrijft een pleegmoeder: “Mijn pleegkinderen zijn al ver in de twintig. Formeel zijn we geen pleegouders meer, maar dat blijven we natuurlijk wel.” Dat is direct de paradox: als je wel iets – en vaak zelfs nog heel veel – voor het kind betekent, maar toch ook niets meer bent als het gaat om ondersteuning of hulp. Ook dubbel is de boodschap wanneer je weet dat je pleegkind emotioneel en sociaal ver achterloopt op zijn kalenderleeftijd, doch met 18 jaar net zo zelfstandig wordt geacht als een ander. Dat moet toch een hoop zorgen met zich meebrengen bij de pleegouder die zich altijd verantwoordelijk voelt?

De zorgen van pleegouders hebben vooral betrekking op het vermogen van het pleegkind om zelfredzaam en meer omgevingsbewust te worden. Doordat zij vaak ernstig zijn beschadigd, zoeken ze naar welke aanpak het beste werkt om nog wat bouwstenen mee te geven voor de toekomst. Een pleegouder schrijft: “Therapie alleen is niet de meest wenselijke weg, het bieden van een veilige basis wel.” Dat vinden pleegouders ook wel lastig, want gezien de leeftijd, de puberteit, de stoornis die er vaak ook is, trekt het pleegkind vaak een behoorlijke wissel op het pleeggezin.

Naast de liefde en zorg spreekt ook bijna iedere pleegouder over de behoefte van het pleegkind, dat soms heel anders is dan verwacht of gehoopt door de pleegouder. Zo geven pleegkinderen soms aan bij biologische ouders te willen gaan wonen, of met 18 echt direct weg te willen, iets waar menig pleegouder zich zorgen over maakt.

Het wegvallen van de pleegzorgbegeleiding, de steun en de vraagbaak, alsmede de financiële ondersteuning wordt door pleegouders ervaren als zwaar en onplezierig. Studiefinanciering is niet voor iedereen leningsvrij, blijkt uit de reacties, en zorgt soms voor grote schulden. Ook is er sprake van een gat, van de datum waarop een pleegkind 18 wordt tot de eerste dag van het daaropvolgende kwartaal waarin de studiefinanciering ingaat. Bij de pleegkinderen die vóór 2015 de leeftijd van 18 jaar bereikten en studeerden, kreeg je pleegvergoeding tot de studiefinanciering ging lopen. Hoe dat nu precies zit, is voor de pleegouderraad niet duidelijk.*

Het wezenlijke verschil tussen pleegkinderen en biologische kinderen is volgens pleegouders dat je afhankelijk bent van de jeugdbeschermer en pleegzorgbegeleider om een en ander in gang te zetten. In de praktijk blijkt dat lang niet alles rond de financiën is geregeld voor de 18e verjaardag. Van meerdere pleegouders horen we dat de jeugdbeschermer zich passief opstelt. Dan is het zaak voor de pleegouder om samen met de pleegzorgbegeleider en het wijkteam te kijken welke indicatie nodig is om hulp te krijgen.

Een pleegouder schrijft over het verschil met biologische kinderen: “Als pleegouder ben je niet vanaf het begin betrokken en na het 18e levensjaar is er formeel geen verbintenis meer met je pleegkind. Daarbij maakt het waarschijnlijk wel veel uit op welke leeftijd een pleegkind bij je is komen wonen, welke problematiek je pleegkind heeft en welke band je als pleegouder hebt opgebouwd met je pleegkind. Daarnaast hebben pleegkinderen vaak biologische ouders. De vraag is hoe deze doorgaans verstoorde relatie zich ontwikkelt na het 18e levensjaar en in welke mate een pleegkind dan alsnog of juist helemaal niet meer op de biologische ouders terug kan vallen. Wie pakt de wettelijke onderhoudsplicht tot en met het 21e levensjaar op als biologische ouders dat niet doen en de jeugdbeschermer wegvalt?”

Een pleegmoeder sluit af met een verzoek richting FlexusJeugdplein: zij heeft in de afgelopen jaren heel veel geleerd over hechting maar eigenlijk niets over loslaten van je pleegkinderen. Misschien kan er voor ervaren pleegouders met kinderen vanaf 16 een avond/cursus voor komen. De por zal dit voor haar (en anderen) ter tafel brengen bij de bestuurder.

De pleegouderraad

 

* Toelichting van de redactie: De situatie is gelijk aan voor 2015. Voor pleegkinderen in Rotterdam Rijnmond is de afspraak met de gemeentes gemaakt dat “het gat” tussen de 18e verjaardag van een pleegkind en de ontvangst van studiefinanciering door FJP-Pleegzorg overbrugd kan worden. De pleegzorgbegeleiders weten daarvan. We streven ernaar een vergelijkbare afspraak te maken voor pleegkinderen in Zuid-Holland Zuid. 

De antwoorden op de vragen die de por kreeg van pleegouders rondom 18- /18+ zijn zoveel mogelijk verwerkt in het artikel: Voor je het weet zijn ze 18