Contact / Pleegouderraad / Delen-POR

POR – Informatie delen met je (pleeg)kind?

Aan de achterban van de Pleegouderraad (POR) hebben we enkele vragen gesteld over het delen van informatie met je (pleeg)kinderen. De reacties waren veelvuldig, waarvoor als eerste onze dank. Met plezier, doch ook met veel respect voor de geboden antwoorden, hebben we de reacties gelezen en getracht deze te bundelen tot een artikel. 

Op de vraag ‘Wat vertelt u wel/niet aan uw (pleeg)kind(eren) over de plaatsing en juridische zaken daaromtrent’, geeft u bijna allemaal aan dat dat vooral ligt aan de leeftijd van het kind. Daarbij geeft bijna iedere pleegouder aan dat hetgeen verteld wordt vaak een reactie is op de vragen van het pleegkind, dan wel als antwoord op hetgeen gebeurt. Zo is een rechtszaak of een verhuizing naar het buitenland vaak een aanleiding tot een gesprek. De meeste pleegouders proberen zo open mogelijk naar de kinderen te zijn, zonder gelijk alle details te vertellen. Van veel pleegouders kregen we terug dat zij het belangrijk vinden om de biologische ouders van de pleegkinderen niet af te vallen. Men vertelt de kinderen wel dat de ouders niet goed voor hen kunnen zorgen, maar ook dat ze ontzettend veel van ze houden.

Bij jongere pleegkinderen, onder de acht jaar, vertellen de pleegouders bewust vrij weinig over de juridische zaken. Dit omdat rechtszaken die spelen zorgen voor onrust bij alle betrokkenen. Pleegouders doen vaak veel moeite om de contacten met de biologische familie op een positieve manier aan te houden, zodat de kinderen weten wie hun eigen ouders en familie zijn zonder ze op te zadelen met eventuele zaken die niet goed zijn verlopen.

Zowel biologische kinderen van pleegouders als pleegkinderen gebruiken het onderwerp wel eens voor een spreekbeurt of opdracht voor school. Daarmee ontstaat er aandacht voor het fenomeen pleegzorg.

Op de vraag ‘Vindt u dat kinderen (volledige) inzage in hun dossier mogen hebben?’ reageert bijna iedereen met een bevestigend antwoord, doch met de restrictie dat het kind er aan toe moet zijn. Sommigen noemen daar een leeftijd van boven de 14 tot 16 jaar bij. Er zijn ouders die van mening zijn dat het dossier gesloten moet blijven tot het pleegkind volwassen is, met name het pijnlijke deel. Andere pleegouders vinden dat het persoonlijke deel over het pleegkind wel duidelijkheid biedt over de pleegzorgplaatsing en daarmee helpt om de situatie te aanvaarden. Het is opvallend dat het dossier helemaal niet zo belangrijk is voor het kind. De verhalen en contacten met de familie en de uitleg van hen en van de pleegouders is vaak al voldoende.
(Red. Kinderen van 12 jaar en ouder hebben wettelijk het recht om de dossierstukken in te zien die over hen zelf gaan. Voor informatie over anderen is toestemming van de betreffende persoon nodig.)

Tips om moeilijke informatie bespreekbaar en begrijpelijk voor uw (pleeg)kind(eren) te maken zijn er genoeg. De meeste pleegouders gaan te rade bij hun begeleider pleegzorg, anderen pakken gewoon het woordenboek erbij om moeilijke termen uit te kunnen leggen. Ook media als I-pad en internet worden ingezet om antwoord te geven op vragen

Een belangrijke tip die verschillende keren terug kwam, is: ‘Blijf helder en kort, zonder oordelen over anderen; leg uit wat er gaande is.’ Een pleegouder vertelt: ‘Uiteindelijk werden we duidelijk naar onze pleegdochter toe toen we heel eerlijk waren en geen mooie verhalen meer vertelden om het draaglijker te maken.’ Volg het kind, luister goed naar wat het vraagt en geef daar antwoord op. Als dat antwoord bevredigend genoeg is, gaan ze vanzelf weer over op een ander onderwerp. Een time-out vragen om de dingen met deskundigen te bespreken is ook een mogelijkheid. ‘Moeilijke dingen overleg ik met pleegzorg en tegen onze pleegdochter zeg ik altijd dat we (wij, pleeg- en jeugdzorg) daarover moeten nadenken/verzinnen.’, aldus een pleegvader.

Op waarom-vragen, zo vinden pleegouders, moet een helder antwoord gegeven worden. Net als op wanneer-vragen, zoals ‘Wanneer zie ik mijn biologische familie weer?’ Bij een crisisplaatsing is het kind vaak zeker van een veilige omgeving, maar onzeker over de duur ervan. Als je vertelt dat de duur van de plaatsing nog niet bekend is, kan het kind dit bericht vaak goed plaatsen.

Het is niet nodig er dingen bij te halen waarvan je hebt gemerkt dat ze een last zijn voor het (pleeg)kind, zoals (sexueel)misbruik. Het kind komt voor een goede opgroeiplek en wanneer de tijd rijp is, kan met deskundige hulp worden gewerkt aan het verwerken van eventuele traumatische ervaringen.

Op de vraag Heeft u hulp(middelen) bij dit soort gesprekken? werd het boekje Fladdertje Koekoek en de vreemde broedvogels, door Reinaldo Kerseboom genoemd als goed gereedschap om -met gebruik van praten in de derde persoon- ruimte te creëren en besef van de eigen situatie te bewerkstelligen. Ook het Levensboek wordt genoemd als hulpmiddel, net als gemaakte fotoalbums en achtergrondverhalen en verhalen van andere kinderen die ook in bijzondere situaties leven. Tenslotte kan gebruik worden gemaakt van ‘praatkaartjes’, die ingezet worden om een gesprek op gang te brengen. De praatkaartjes zijn te koop bij de betere boekhandel,  winkel Mystiek, te Rotterdam of uitgeverij Pica.

Pleegouders schakelen vaak de hulp in van hun begeleider pleegzorg om hun pleegkind te informeren over bepaalde zaken. Daarnaast lijkt het verstandig om veranderingen in een bestaande situatie door de voogd te laten vertellen. Ook worden video-interactie, gesprekken met deskundigen, mediator, (kinder)therapeuten, instanties als RIAGG en MEE genoemd als externe deskundigen die hulp kunnen bieden.

Wanneer u ook regelmatig enkele vragen wilt beantwoorden over uw ervaringen als pleegouder, meldt u dan aan voor de schaduw-POR via pleegouderraad@enver.nl

 

Naar overzichtspagina POR