Kenniscentrum / Financiën / Inkomstenbelasting, toeslagen en kortingen

Het basisbedrag pleegvergoeding en de toeslag zijn onkostenvergoedingen en worden bij een beoordeling van inkomsten van de pleegouders, bijvoorbeeld in het kader van loon- of inkomstenbelasting, niet meegewogen. Pleegouders hebben soms recht op extra toelagen of kortingen.

Loon- of Inkomstenbelasting
Het basisbedrag en de toeslag (voor extra kosten) zijn onkostenvergoedingen en blijven bij een beoordeling van inkomsten van de pleegouders, bijvoorbeeld in het kader van loon- of inkomstenbelasting, van huursubsidie of van aanvraag van bijstand, buiten beschouwing.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting
De inkomensafhankelijke combinatiekorting is een extra heffingskorting op de inkomstenbelasting. Dat betekent dat minder belasting en premies hoeven te worden betaald. De korting is bestemd voor alleenstaande ouders en minstverdienende partners die kinderen onder de twaalf jaar verzorgen. De hoogte van de korting hangt af van de hoogte van het inkomen.
Een pleegouder die aan een kind pleegzorg biedt en daarvoor een pleegvergoeding ontvangt, komt niet in aanmerking voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting. De reden hiervoor is dat een pleegkind niet wordt opgevoed en onderhouden als een eigen kind en het in de inkomstenbelasting dus niet gelijk wordt gesteld met een eigen kind.

Vrijstelling belastingheffing pleegvergoeding bij vier of meer pleegkinderen
Met ingang van 1 januari 2013 is de belastingwet aangepast en wordt de pleegvergoeding niet meer als belastbaar inkomen beschouwd, ongeacht het aantal pleegkinderen dat in een pleeggezin verblijft. Daarmee vervalt de bepaling dat bij vier of meer pleegkinderen de belastinginspecteur van geval tot geval beoordeelt of er sprake is van een bron van inkomen. Pleegouders met vier of meer pleegkinderen hoeven niet meer aan te tonen wat de werkelijk gemaakte kosten zijn.
Aan de bepaling is een zogenaamde horizonbepaling verbonden. Dit houdt in dat de bepaling uit de wet tijdig moet worden ‘geëvalueerd’ in verband met de effecten ervan, waarna parlementaire besluitvorming moet volgen over het vervolg. Gebeurt dat niet dan vervalt de vrijstelling zonder nadere maatregelen sowieso per 1 januari 2018.

De alleenstaande-ouderkorting
De alleenstaande-ouderkorting kan onder bepaalde voorwaarden ook van toepassing zijn op pleegkinderen (de regeling heeft het alleen over kinderen, maar in de definitiebepaling van de Wet Inkomstenbelasting is aangegeven dat daaronder ook pleegkinderen moeten worden verstaan). Voorwaarden voor het toepassen van de regeling zijn, o.a. de leeftijd en de vermogenspositie van het kind en de mate waarin het kind door de pleegouder wordt onderhouden (zijn er nog andere tegemoetkomingen bijvoorbeeld?). Het zal van geval tot geval verschillen of iemand kwalificeert. De regeling bestaat uit twee delen: enerzijds de alleenstaande-ouderkorting die geldt voor kinderen tot 18 jaar, anderzijds de aanvullende alleenstaande-ouderkorting die geldt voor kinderen tot 16 jaar.

Toeslag kinderopvang
Pleegouders hebben dezelfde rechten als eigen ouders wat betreft de toeslag kinderopvang. De toeslag kinderopvang wordt door de belastingdienst uitbetaald. De toeslag geldt voor kinderdagverblijven en voor erkende buitenschoolse opvang.
De voorwaarden zijn:
• Pleegouders ontvangen een pleegvergoeding.
• Het pleegkind staat op het adres van de pleegouders ingeschreven.
• Pleegouders betalen de kinderopvang zelf.
• Het pleegkind gaat nog niet naar het voortgezet onderwijs.
Meer informatie www.belastingdienst.nl.

 

Naar veelgestelde vragen over financiën