Kenniscentrum / Financiën / Pleegvergoeding en inkomen

Pleegvergoeding en inkomen

Gemeentebelastingen en heffingen
Per 1 januari 2007 wordt de pleegvergoeding ook door (alle) gemeenten niet meer gezien als inkomen. Pleegouders kunnen bijvoorbeeld kwijtschelding van de gemeentebelasting aanvragen waarbij de pleegvergoeding niet bij het gezinsinkomen wordt geteld. Hetzelfde geldt voor kwijtschelding van andere belastingen en heffingen zoals van het Hoogheemraadschap. De vergoeding hoeft ook niet te worden opgegeven bij het aanvragen van huursubsidie.

Het inkomen van een pleegkind wordt wel meegenomen voor het berekenen van de huurtoeslag als dit inkomen meer bedraagt dan € 4.749 per jaar (normbedrag 2015) en het pleegkind nog geen 23 jaar is. De pleegvergoeding en een eventuele wezentoeslag worden hierbij niet meegerekend.

Minderjarig pleegkind en uitkering
Voor de bijstand is de pleegvergoeding voor minderjarige pleegkinderen geen inkomstenbron. Het ontvangen van een pleegvergoeding heeft daarom geen invloed op de hoogte van een bijstandsuitkering.

AOW-gerechtigde pleegouders, die een minderjarig pleegkind opvangen waarvoor zij een pleegvergoeding ontvangen, worden aangemerkt als alleenstaanden en ontvangen een AOW-uitkering van 70 procent van het wettelijk minimumloon. Het ontvangen van een pleegvergoeding wordt dus niet op de AOW-uitkering in mindering gebracht. of AOW.

Volwassen pleegkind en uitkering
Met ingang van 1 januari 2015 is de kostendelersnorm in de bijstand ingevoerd. Deze kostendelersnorm betekent dat de bijstandsuitkering wordt verlaagd naarmate er meer meerderjarige personen van 21 jaar en ouder in dezelfde woning wonen. Dit geldt dus ook voor inwonende (voormalige) pleegkinderen. Zie voor meer informatie: Rijksoverheid.nl/participatiewet.

Per 1 juli 2016 is voorzien in een kostendelersnorm in de AOW. Dat betekent dat de AOW-uitkering dan 50 procent (voorheen 70 procent) van het wettelijk minimumloon wordt voor iedere AOW-gerechtigde als hij of zij met één of meer meerderjarige personen van 21 jaar en ouder in dezelfde woning woont. Dit geldt ook voor meerderjarige (voormalige) pleegkinderen. Meer informatie is te vinden op de website van de SVB.

Vier of meer pleegkinderen
De bepaling dat bij vier of meer pleegkinderen de belastinginspecteur van geval tot geval beoordeelt of er sprake is van een bron van inkomen is vervallen. Pleegouders met vier of meer pleegkinderen hoeven dus vanaf 1 januari 2013 niet meer aan te tonen wat de werkelijk gemaakte kosten zijn. Aan deze bepaling is een zogenaamde horizonbepaling verbonden. Dit houdt in dat deze wetsbepaling tijdig moet worden ‘geëvalueerd’ in verband met de effecten ervan, waarna parlementaire besluitvorming moet volgen over het vervolg. Gebeurt dat niet dan vervalt de vrijstelling zonder nadere maatregelen in ieder geval per 1 januari 2018.

 

Naar veelgestelde vragen over financiën