Checklist oudercontacten in de pleegzorg (Chop)

Om te komen tot een afgewogen oordeel welke bezoekregeling in het belang van het kind is, gebruiken FlexusJeugdplein en Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond de Checklist Oudercontacten in de pleegzorg (Chop). De checklist houdt rekening met de wensen van de biologische ouders en de pleegouders, maar zet de ontwikkeling van het kind altijd centraal. Door het invullen van de Chop kan op een meer objectieve manier worden bepaald wat een goede frequentie en duur van de bezoeken zijn, waar deze het best kunnen plaatsvinden en of er begeleiding bij de bezoeken nodig is.

 

UITGANGSPUNTEN bij het vaststellen van een bezoekregeling tijdens een pleegzorgplaatsing:

  • Elk kind heeft recht op verbondenheid met zijn ouder(s) en zijn familie.

Het is belangrijk om te (blijven) zoeken naar contactmogelijkheden tussen kind en ouder(s). Contact is een recht, geen plicht. Enerzijds heeft het kind recht op persoonlijk contact met zijn ‘roots’ om recht te kunnen doen aan de zijnsloyaliteit als gevolg van de bloedband. Contact heeft een therapeutische waarde voor de ontwikkeling van de identiteit en het zelfbeeld van een kind. Anderzijds heeft het kind het recht een reëel beeld van zijn ouder(s) te verkrijgen en te houden. Uitgangspunt is dat onthouding van contact traumatischer is dan een slecht verlopend contact. Het risico op gevoelens van basale afwijzing, extreme zorg of idealisering is aanwezig als een kind geen contact heeft met ouder(s).

Het doel is verbinden van de leefsituatie en achtergrond van het kind in plaats van ontkoppelen. Voor een kind is het van belang van de ouder(s) emotionele toestemming te krijgen voor het verblijf in het pleeggezin en van de pleegouder(s) emotionele toestemming te krijgen voor het contact met de ouder(s).

 

  • Elk kind heeft recht op duidelijkheid over het kader van de plaatsing. Duidelijkheid over het kader is een voorwaarde voor een ontspannen verlopend oudercontact.

Met kader wordt bedoeld het perspectief, het doel en de duur van de plaatsing. In dit opzicht worden grofweg twee varianten onderscheiden.

  1. a) Kortdurend/hulpverleningsvariant: onderzocht wordt of terugkeer van een kind naar huis haalbaar is. Intensieve hulp wordt ingezet, waarbij gebruik gemaakt wordt van het pleeggezin om veranderingen in gang te zetten. Doel van het oudercontact is ten eerste het werken aan terugplaatsing of onderzoeken van mogelijkheden tot terugplaatsing middels intensieve pedagogische begeleiding aan ouder(s) (waarbij de ouder(s) ook verzorgingstaken op zich neemt) of middels observatiemomenten tussen ouder(s) en kind (om zicht te krijgen op de ouder-kindinteractie). Ten tweede wordt middels oudercontact gewerkt aan het opbouwen cq in stand houden cq verdiepen van hechtingsrelatie e/o emotionele band tussen ouder(s) en kind.
  2. b) Langdurig/opvoedingsvariant: kind krijgt een vervangend opvoedingsmilieu aangeboden in het pleeggezin. Er is een opvoedingsbesluit genomen in die zin dat in principe niet meer wordt ingezet op terugkeer naar de ouder(s). Doel van het oudercontact is ten eerste het leveren van een bijdrage aan de identiteitsontwikkeling van een kind (waarborgen van continuïteit in relaties van het kind, hebben van een realistisch beeld van ouder(s), verbinden/integreren van huidige opvoedingssituatie/pleegouder(s) met voorgeschiedenis/ouder(s) en duidelijkheid over afstamming). Ten tweede helpt oudercontact het kind om een gevoel van eigenwaarde te ontwikkelen middels het ontwikkelen/behouden van een emotionele band met zijn ouder(s); ouder(s) kunnen het kind laten merken dat zij betrokken zijn en het welzijn van het kind willen bevorderen.

Duidelijkheid over het kader is een voorwaarde voor een ontspannen verlopend oudercontact. Ouder(s) kunnen actief, gericht en mogelijk samen met pleegouder(s) werken aan de voorwaarden voor terugplaatsing (bij kortdurend) of kunnen beginnen met het loslatings- en rouwproces en acceptatie van het feit dat hun kind bij pleegouder(s) opgroeit (bij langdurig). Pleegouder(s) kunnen actief, gericht en samen met ouder(s) werken aan de voorwaarden voor terugplaatsing (kortdurend) of hebben meer ruimte voor ouder(s) als zij de zekerheid hebben dat het kind bij hen blijft en oudercontacten niet steeds in het teken staan van mogelijk verlies van hun pleegkind (langdurig). Pleegkinderen verhouden zich tot de tijdelijkheid van de plaatsing, richten zich op de ouder(s) en houden emotioneel afstand van de pleegouder(s) (bij kortdurend) of hebben verblijfs- en bestaanszekerheid, durven zich toe te vertrouwen aan de pleegouder(s) en hebben geen irreële verwachtingen ten aanzien van de oudercontacten (bij langdurig).

 

  • Elk kind heeft er recht op dat een bezoekregeling is afgestemd op zijn ontwikkelingsbelang.

Het ontwikkelingsbelang van een kind is bij een bezoekregeling anders gedefinieerd dan bij een opvoedingssituatie. Fysieke veiligheid dient tijdens een bezoek gegarandeerd te zijn. Emotionele en pedagogische veiligheid is geen voorwaarde, maar wel een streven. Het uitgangspunt is namelijk dat een kind zich (24 uur per dag, 7 dagen in de week) in een fysiek, pedagogisch en emotioneel veilige en stabiele opvoedingssituatie (het pleeggezin) bevindt. Vanuit deze situatie kan het kind gevoelens van angst, spanning en onrust voortkomend uit pedagogische e/o emotionele veiligheid (beter) verwerken of hanteren. Het ontwikkelingsbelang van een kind bij een bezoekregeling spitst zich toe op de verwerkingsmogelijkheden van een kind.

Elk kind heeft recht op begeleiding van de bezoeken indien dit noodzakelijk is ter bescherming van zijn fysieke, emotionele of pedagogische veiligheid.

 

  • Elk kind heeft er recht op dat over de diverse eigenschappen van een bezoek wordt nagedacht en zo mogelijk overeenstemming wordt bereikt.

Concreet wordt met eigenschappen de aanwezige personen (kind/ouder(s)/pleegouder(s)/begeleiders), duur, plaats van de bezoeken en de frequentie bedoeld. Het zorgteam maakt een weging m.b.t. al deze eigenschappen, waarbij een continuüm van opties mogelijk is. Het kader (perspectief/duur) van de plaatsing is hierbij cruciaal.

Het zorgteam is minimaal samengesteld uit ouder(s), pleegouder(s), (in principe) het kind in kwestie van twaalf jaar en ouder, vertegenwoordigers uit het netwerk en professionals die een rol spelen (doorgaans (gezins)voogd, casemanager en pleegzorgwerker). De leden van het zorgteam ontwerpen gezamenlijk een voorstel voor de bezoekregeling en zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering ervan. Zowel het voorstel als de uitvoering wordt getoetst door professionals/hulpverleners.

Commitment en consensus over de eigenschappen van het bezoek vormen een beschermende factor voor het kind.

 

  • Elk kind heeft er recht op dat de bezoeken op een zo natuurlijke en vanzelfsprekend mogelijke wijze geïntegreerd zijn in zijn dagelijks leven.

In de meest ideale situatie betekent dit dat frequentie en duur naar behoefte van het pleegkind zijn, de plaats in het pleeggezin of in het gezin van oorsprong is en er geen begeleiding plaatsvindt. Belangrijk is om te blijven streven naar deze ideale situatie. Soms is dit meteen bij aanvang van de plaatsing mogelijk, soms kan dit niet voor het achttiende levensjaar gerealiseerd worden.

 

  • Elk kind heeft er recht op dat in de weging die met betrekking tot de bezoekregeling wordt gemaakt alle beschermende en risicofactoren die hierin een rol spelen worden meegenomen.

De factoren die in de weging meegenomen moeten worden zijn ondergebracht in drie categorieën, te weten 1) kind 2) ouder(s) 3) relatie kind-ouder(s). Enerzijds moet deze weging periodiek in het zorgteam opnieuw worden gemaakt omdat een aantal factoren veranderbaar is. Anderzijds is het kind gebaat bij continuïteit en regelmaat in de bezoeken en dient het aantal veranderingen beperkt te blijven. Risicofactoren die vanuit de literatuur naar voren komen zijn een onregelmatige bezoekfrequentie en kinderen met emotionele e/o gedragsproblemen, vaak voortkomend uit hechtings- of loyaliteitsproblemen. Bij problemen in de bezoekregeling dient de oplossing dan ook niet primair of uitsluitend gezocht te worden in wijziging van de eigenschappen (zoals frequentie, duur of plaats). Er dient begeleiding ingezet te worden voor het verbeteren van de kwaliteit van het contact en hulp voor het kind, de ouder(s) en de pleegouder(s) bij het verwerken en hanteren van de bezoeken.

Heeft u vragen over de Chop of de bezoekregeling? Vraag het aan uw begeleider pleegzorg. Hij/zij geeft u graag een nadere toelichting. 

 

Meer over oudercontact
– Waarom oudercontact?
– Bezoekregeling: handvatten per leeftijdscategorie