Kenniscentrum / Onze werkwijze / Interview – Persoonlijk je verhaal doen, is krachtiger dan op papier

Persoonlijk je verhaal doen, is krachtiger dan op papier

December 2016 – Pleegzorgbegeleiders zijn er om pleegkinderen en pleegouders te ondersteunen gedurende de plaatsing. Pleegzorgbegeleiders Agjon Tjin a Ton en Nathalie van der Klooster vertellen over de juridische kanten van de pleegzorg, over hoe pleegouders daarmee kunnen omgaan en hoe pleegzorgbegeleiders daarbij helpen. 

Pleegouders hebben een belangrijke taak op zich genomen: een kind dat (tijdelijk) niet meer thuis kan wonen, structuur, veiligheid en warmte geven. Pleegouders zijn daardoor een belangrijke steun en toeverlaat voor hun pleegkind en een onmisbare schakel in de hulpverlening aan hun pleegkind. De wetgever vindt de mening van pleegouders daarom van groot belang.

Wie heeft het voor het zeggen?
Bij het nemen van belangrijke beslissingen wordt gekeken naar wie het gezag heeft over een kind. Als het gezag bij de ouders ligt, moeten zij bijvoorbeeld toestemming geven voor een medische ingreep. Maar, ongeacht wie het gezag heeft over het pleegkind, is het belangrijk dat de betrokkenen rond een kind elkaar op de hoogte houden, overleggen en goede afspraken maken. Nathalie: “Waar mogelijk probeer ik regelmatig zorgoverleggen te organiseren met ouders, pleegouders en JBRR om samen op één lijn te komen. Dat lukt vaak, maar helaas niet altijd.”

Als de (gezins)voogdij bij een gecertificeerde instelling ligt, zoals JBRR, wordt met elkaar afgestemd wie de contacten met de ouders onderhoudt. Nathalie: “Voor formele of gevoelige zaken is dat vaak de voogd, een jeugdbeschermer van JBRR. Daarnaast kan er dan gewoon contact zijn tussen pleegouders en ouders, zonder dat dat een probleem is.” Op het moment dat een wijkteam betrokken is bij een pleegkind, kan het ook zijn dat zij de contacten onderhouden.

Bij veel pleegzorgplaatsingen is er contact tussen de ouder(s) en het kind. Nathalie: “Er worden afspraken gemaakt over telefonisch contact en over bezoeken. Maar, tegenwoordig hebben pleegkinderen vaak ook via social media contact met hun ouders. Dat vind ik lastiger, daar heb je geen controle op. Ik praat daarover met pleegkinderen en adviseer pleegouders hoe zij hiermee kunnen omgaan.”

De jeugdbeschermer is er met name voor het pleegkind en de ouders, de pleegzorgbegeleider is er voor het hele pleeggezin. Daarin zit een overlap en beide organisaties gaan daarmee bewust soepel om. Agjon: “Een voorbeeld is een situatie waarbij de vader van een pleegkind was aangehouden. De politie heeft toen contact gezocht met de jeugdbeschermer en die heeft mij weer gebeld. In overleg hebben we besloten wie op dat moment de betrokkenen op de hoogte zou brengen. Daarbij was veel aandacht voor: van wie kan het kind dit het beste horen en wie kan hem het beste opvangen en steunen? Het belang van het pleegkind is op zo’n moment bepalend.”

Uw mening telt!
Pleegouders hebben inspraak in keuzes die gemaakt worden voor hun pleegkind. Afhankelijk van de situatie en de plaatsing kunnen pleegouders: hun mening geven, meedenken en/of besluiten nemen. In de wet is bijvoorbeeld geregeld dat pleegouders instemmingsrecht hebben in het hulpverleningsplan dat opgesteld wordt voor hun pleegkind. Dit instemmingsrecht geldt alleen voor hun rol als pleegouder in de hulpverlening aan het pleegkind en voor de begeleiding die de pleegzorgaanbieder geeft. Deze vorm van inspraak ligt voor de hand: pleegouders hebben de (dagelijkse) zorg voor hun pleegkind en krijgen daarbij te maken met de keuzes die gemaakt worden over de hulpverlening aan het kind. Daarom moeten pleegouders ook betrokken worden bij die keuzes en er invloed op kunnen uitoefenen. Van het hulpverleningsplan mag niet eenzijdig worden afgeweken. (Naast de pleegouders worden de biologische ouders en jongeren vanaf 12 jaar betrokken bij het opstellen van het hulpverleningsplan. Het instemmingsrecht geldt niet bij een crisisplaatsing, omdat er dan nog geen sprake is van een hulpverleningsplan.)

Pleegouders kunnen ook in een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, een raadsonderzoek, om hun mening worden gevraagd. Om een goed advies te kunnen geven aan de rechtbank, bijvoorbeeld over het perspectief van het pleegkind, willen ze dan van pleegouders horen hoe zij vinden dat het met het pleegkind gaat. Vragen die pleegouders kunnen krijgen, zijn: hoe gaat het met eten, met slapen en op school? Agjon: “Ik adviseer pleegouders altijd om dan gewoon hun verhaal te doen. Het is belangrijk dat de raadsonderzoeker zich een goed beeld kan vormen. Ouders en pleegouders worden vooraf geïnformeerd over een raadsonderzoek. Het komt voor niemand als een verrassing.” Nathalie is het daarmee eens en voegt daaraan toe: “Ik raad pleegouders aan de informatie zo feitelijk mogelijk te houden.”

Naar de rechter
Als er een rechtszitting is aangaande een pleegkind worden pleegouders, die langer dan een jaar voor hun pleegkind zorgen en daardoor belanghebbende zijn, door de rechter uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de zitting. Dat is voor de meeste pleegouders een spannende en intense ervaring. Pleegzorgbegeleiders worden dan ook vaak door hen om raad gevraagd. Agjon: “Het besluit om de rechtszaak bij te wonen ligt uiteindelijk bij de pleegouders zelf. Ik kan me voorstellen dat het voor pleegouders soms een lastige keuze is, bijvoorbeeld als zij een heftige reactie van de ouders verwachten tijdens de zitting of wanneer zij familie zijn van de ouders. Pleegouders kunnen er dan voor kiezen om hun standpunt schriftelijk aan de rechter duidelijk te maken, maar daar ben ik persoonlijk geen voorstander van. Ik raad pleegouders aan om hun verhaal persoonlijk op de zitting te doen. Dat is krachtiger dan een verhaal op papier. De rechter heeft dan ook de mogelijkheid om pleegouders vragen te stellen naar aanleiding van hun standpunt.” In het geval dat de rechter aan pleegouders vragen stelt, gaan die over hoe het in het pleeggezin en op school gaat. Pleegouders worden niet gevraagd naar hoe zij over de ouder(s) denken. Pleegouders hoeven zich daarover dus geen zorgen te maken. Als pleegouders dat prettig vinden, kan de pleegzorgbegeleider met hen meegaan naar de zitting. Dat komt in de praktijk regelmatig voor.

Rechters geven zelf bij FlexusJeugdplein aan dat zij het belangrijk vinden om pleegouders te zien. Zij kunnen zich dan een beeld vormen van het gezin waar het kind nu opgroeit. Dat is prettig zeker wanneer de ouders negatief zijn over de plaatsing en misschien een negatieve kleuring aan het pleeggezin geven, omdat ze zelf zo graag hun kind bij zich willen hebben. Het komt ook voor dat de rechter niets aan pleegouders vraagt, maar dat wil niet zeggen dat hun aanwezigheid voor niets was. De rechter heeft de pleegouders dan wel gezien.

Wanneer pleegkinderen 12 jaar of ouder zijn, kunnen ze gehoord worden. Ze kunnen er echter net als pleegouders ook voor kiezen om hun verhaal schriftelijk te doen. Nathalie: “Meestal begeleidt JBRR de pleegkinderen, maar ik spreek er vooraf ook met hen over.”

Heeft u vragen, advies of steun nodig? Neem contact op met uw pleegzorgbegeleider. Hij/zij helpt u graag verder.