Een simpele vraag…

‘Hé mam…wat doe jij eigenlijk voor werk?’ Een doodsimpele vraag tijdens een doordeweeks ontbijt. Maar is het antwoord wel zo simpel voor een hummel van zes, die opgroeit in de polder en van de ‘grote stad’ nooit meer heeft gezien dan de Pathé?

In de wereld van mijn dochtertje bestaan financiële nood en verslaving uit de vraag of ze nou eindelijk genoeg zakgeld heeft voor de felbegeerde knikkers en of de voorraad dropveters wel door mij wordt aangevuld. Ik zou tegen haar willen zeggen: ‘Liefje, jouw mama is kapster, kom je een keertje kijken? Dan steek ik je haar gek op, we lachen er om en gaan vrolijk weer naar huis.’ Helaas…mijn talent ligt ergens anders. Maar hoe leg ik haar in hemelsnaam uit wat een pleegzorgbegeleider doet? Een uitdaging. Dan denk ik aan al die geweldige pleegouders waar ik regelmatig kom. Zij hebben geen keuze, hun (pleeg)kinderen worden overspoeld met ongrijpbare termen als kinderrechter, ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Pleegouders moeten vaak dagelijks lastige dingen uitleggen. Gaat het niet om de begrippen dan gaat het wel om het uitleggen van waarom de dingen gaan zoals ze gaan. Of mensen doen wat ze doen. Uit solidariteit met ‘mijn’ pleegouders veeg ik daarom het kappersvak van tafel en begin ik mijn relaas.

Ik besluit om het simpel te houden en vertel in een paar zinnen iets over ouders die niet voor hun kindjes kunnen zorgen omdat ze bijvoorbeeld in de gevangenis zitten of ziek zijn. Ik vertel haar ook over ouders die geen kinderen hebben maar wel graag voor een kindje zouden willen zorgen, en over ouders die wel al kindjes hebben maar nog wel een kamertje over hebben. En hoe die dingen soms samenvallen. Ik hoop dat ze het begrijpt. Dat blijkt een poosje later op een moment dat ze in haar drift roept dat ik de stomste moeder van de wereld ben. Heel pedagogisch onverantwoord, maar naast pleegzorgbegeleider ben ik ook gewoon mens, stel ik haar voor om op mijn werk dan maar een leuk setje andere ouders voor haar uit te kiezen, ik ken er immers genoeg. Nog tot weken daarna gedraagt ze zich vervolgens voorbééldig.

Mijn zoontje van drie heeft overigens ook het een en ander opgepikt van het verhaal. Op een regenachtige dag zit hij bij me achter op de fiets terwijl ik hoestend en proestend voortploeter. ‘Mama wordt een beetje ziek geloof ik’, mompel ik voor me uit. ‘Maar mam’, zegt ‘ie ongerust, ‘kun je dan nog wel voor ons zorgen’? Misschien had ik hem toch maar in de waan moeten laten dat ik kapster ben….

Door een begeleider pleegzorg

De ingevoegde foto is een willekeurige foto en is geen werkelijke afbeeldingen van de in dit artikel genoemde personen.