Interview – Terug naar huis

December 2014 – Bij langdurige plaatsingen komt het zelden voor dat kinderen terug kunnen naar hun biologische ouders. Hun perspectief ligt vaak binnen het pleeggezin en daar groeien de meeste van hen groot. Pleegzorgbegeleidster Edna maakte niet alleen een thuisplaatsing van vier kinderen mee, maar mocht hen daarna ook begeleiden. In een interview vertelt ze hoe zij dit heeft ervaren.

Wat voorafging
Edna: ‘Ik ontmoette dit gezin halverwege 2009, ergens in een wijk in Rotterdam. Een Turks gezin met vier kinderen. Een liefhebbende, hardwerkende vader en een lieve maar beperkte moeder proberen samen zo goed en zo kwaad als het kan hun kinderen op te voeden. Wanneer er vanuit diverse hoeken de vraag opdoet of het wel goed genoeg gaat daar, wordt er op een dag besloten tot de directe uithuisplaatsing van alle vier de kinderen. Een verdrietige en ingrijpende gebeurtenis voor alle betrokkenen. De kinderen worden in verschillende bestandspleeggezinnen ondergebracht en ik word als pleegzorgbegeleider toegewezen. Ouders zagen de uithuisplaatsing niet aankomen en zijn erg ontdaan. Eens per twee weken mogen zij hun kinderen zien bij Bureau Jeugdzorg op kantoor, emotionele ontmoetingen die door mij of de toegewezen gezinsvoogd worden begeleid.’

Van bestandspleeggezin naar netwerkpleeggezin
Hoe ging het daarna verder? Edna vertelt: ‘Wanneer de ouders wat bijgekomen zijn van de schrik erkennen zij de problemen die er zijn en ze willen er graag aan werken. Ze accepteren een tijdelijke plaatsing in een pleeggezin maar stellen voor om de kinderen samen onder te brengen bij een jongere zus van vader. Bureau Jeugdzorg gaat daarmee akkoord. De oudste kinderen mogen naar huis en de jongste twee, die meer zorg nodig hebben, worden bij hun oom en tante ondergebracht. De ouders doen hun best maar de zorgen blijven nog altijd bestaan, waardoor de kinderen ruim twee jaar bij hun oom en tante wonen. Als begeleider pleegzorg kom ik regelmatig op huisbezoek en ik blijf ook de bezoeken met ouders begeleiden. Ik ben van mening dat de uithuisplaatsing terecht is, daarin verschil ik van mening met de familie. Desondanks nemen ze mijn adviezen serieus en blijf ik welkom in het gezin.’

Onverwachtse wending
Toch wonen alle kinderen nu weer bij de ouders. Edna vertelt hoe dat is gegaan: ‘Dat ging zo; tijdens een zitting spreken ouders de wens uit om weer zelf voor hun kinderen te zorgen. Oom en tante geven aan dat zij dit ook zien zitten. Ik was het hier niet mee eens maar begreep het wel. Tante kon vanuit haar loyaliteit richting haar oudere broer niet anders dan haar vertrouwen in hem en zijn vrouw uitspreken. Wanneer de familie ter zitting aangeeft dat zij ouders willen ondersteunen, wordt de uithuisplaatsing niet verlengd. Bij het bespreken van het besluit met mijn leidinggevende, verzoek ik haar om een gezinscoach toe te wijzen om dit traject te begeleiden. Ze reageerde daarop met de vraag waarom ik dat zelf niet doe. Daar had ik niet over nagedacht, maar in het kader van één gezin één plan, was het wellicht nog niet zo’n raar idee.’

Weer naar huis
Edna vertelt over de keuze: ‘Nou, toen heb ik het voorgelegd aan de betrokkenen. Eerst het pleeggezin en later ook aan de biologische ouders. Ik kon me voorstellen dat zij het misschien niet prettig zouden vinden omdat ik immers “bij het andere kamp” hoorde. Niets was echter minder waar. Ouders waren in staat om naar het belang van de kinderen te kijken die aan mij gewend waren geraakt in die jaren, en ze wilden graag dat ik het traject zou begeleiden. Samen zijn we gestart en ik vond het mooi te werken met deze ouders die zo blij waren dat hun kinderen eindelijk naar huis kwamen. De vader die me toevertrouwde dat zijn vrienden hem regelmatig het advies hadden gegeven om zijn vrouw te verlaten, want dan zou hij zijn kinderen wel terugkrijgen. De moeder die me vroeg om het wel in alles met haar eens te zijn, omdat zij het had toegestaan dat ik dit zou begeleiden, maar daar vervolgens ook weer smakelijk om kon lachen omdat ze ook wel wist dat het zo niet werkt. En dan de grootste “eye opener”; de kinderen. Als ik bij pleegouders op bezoek kwam, dan zag ik twee kinderen die netjes op de bank zaten; blij, goed verzorgd en vriendelijk. Ik zag ook dat ze nu echt thuis waren. Ze werden opener; boden me iets lekkers aan en zeiden: “Goh Edna wat leuk dat je bij ons op bezoek komt.” Meer en meer kreeg ook ik het vertrouwen in dit gezin.’

Eind goed al goed
Edna over hoe het nu gaat met het gezin: ‘Als betrokken werker bel ik af en toe nog naar het gezin, maar eigenlijk zou ik niet horen te weten hoe het nu gaat. Ik kom er namelijk niet meer. De ondertoezichtstelling is beëindigd. De familie hield woord. De oom en tante die pleegouders waren, fungeren nu als een soort weekendpleeggezin wanneer het even moeizaam gaat. Een andere tante doet de lastige gesprekken met school. De familie is naar elkaar toegegroeid en hier sterker uitgekomen. Ik ben dol op mijn werk als pleegzorgbegeleider maar ik vond het heel bijzonder om dit een keer te mogen meemaken!’

Tamara Bardega, begeleider pleegzorg

De ingevoegde foto is een willekeurige foto en is geen werkelijke afbeeldingen van de in dit artikel genoemde personen.