Thema: Straffen

Voor een pleegkind kan het, ook nog na jaren, een lastige opgave blijven zich te voegen naar de regels in het pleeggezin.Daar kunnen veel redenen voor zijn. Meestal is het te verklaren vanuit het belaste verleden en het niet meer wonen bij de eigen ouders. Daardoor kan de behoefte om zelf te bepalen erg groot zijn, want het fungeerde ooit als overlevingsmechanisme. Agressief gedrag kan het gevolg zijn van een dreigend verlies van controle. Hoe ga je daar als pleegouder mee om?

Wat niet helpt
Om het gedrag van het kind te stoppen, gebruiken (pleeg)ouders vaak een vorm van straf. De ervaring leert dat straffen echter geen effect heeft. Op korte termijn kan straf indruk maken, maar voor de langere termijn werkt het zelfs averechts. Soms is een (pleeg)ouder zo ten einde raad, dat er een tik, een duw, een stomp, een klap of een schop gegeven wordt. Bij Enver vinden we dat absoluut niet geoorloofd.

Boos worden helpt evenmin. Sterker nog, boos worden werkt ongewild en onbedoeld belonend door de hevigheid van de aandacht die de pleegouder geeft aan het gedrag. Bovendien heeft het kind de leiding als u boos wordt; het kind bepaalt met zijn agressieve gedrag de emotie van de opvoeder. Veel kinderen in pleegzorg bereiken dan precies wat ze onbewust willen, namelijk zelf de controle.

Belonen dan van goed gedrag? Daar voelen weinig mensen voor, omdat ze zo het idee hebben het agressieve gedrag toe te staan. En praten met het kind krijgt al gauw de vorm van preken en ook dat werkt niet. (Hoe) moet het kind dan wel gehoorzamen en hoe blijf je als opvoeder de baas? Zijn er alternatieven?

Ouderlijke aanwezigheid
Haim Omer, psycholoog en hoogleraar aan de Universiteit van Tel Aviv, biedt een interessant alternatief. Zijn methodiek is geïnspireerd door de ideeën van Mahatma Gandhi over geweldloos verzet. Het centrale uitgangspunt is dat de (pleeg)ouder het kind het gevoel geeft dat hij of zij er voor hem is, hem niet opgeeft. Deze zogenaamde ‘ouderlijke aanwezigheid’ wordt consequent doorgevoerd en laten opvoeders eveneens voelen via mensen buiten het gezin. Omer raadt bijvoorbeeld aan een telefoonlijst aan te leggen van vrienden van de jongere en van andere mensen uit zijn netwerk. Komt de jongere te laat thuis of gaat hij of zij weg zonder toestemming, dan bellen opvoeders minimaal zeven mensen van de lijst met de vraag of ze weten waar hun (pleeg)kind is. Geen probleem als niemand het weet. Want de vraag waar het eigenlijk om gaat, is deze: ‘Wil je de volgende keer als je mijn (pleeg)kind ziet, zeggen dat ik gebeld heb en bezorgd was?’

Sit-in
Na agressief gedrag kunnen pleegouders bijvoorbeeld een sit-in doen in de kamer van het pleegkind en hem vragen om met een oplossing te komen voor het getoonde gedrag. De sit-in duurt maximaal een uur en heeft de boodschap: ‘Wij accepteren dit niet en wachten op een oplossing van jouw kant.’ Of er een oplossing komt, is niet belangrijk. Het gaat om de onderliggende boodschap: ‘Je bent belangrijk voor mij. Het is mijn verantwoordelijkheid goed voor je te zorgen. Daarom doe ik dit. Hoe jij daarop reageert, is jouw eigen keuze.’

Stalken
Na alarmerende signalen, zoals drugsgebruik, seksueel grenzeloos gedrag en criminaliteit, vraagt u als pleegouders steeds aan de tiener waar hij of zij heen gaat, wat is afgesproken om te gaan doen, enzovoorts. Als daar geen antwoord op komt, mag de jongere niet naar buiten. En als hij of zij dan toch gaat, geeft u aan dat hij/zij naar haar gaat omkijken, omdat dit uw plicht is. De pleegouder kan de jongere dan stalken door naar vaste hangplekken te gaan, met vrienden te praten en daar de bezorgdheid uit te spreken en te vragen om aan het pleegkind door te geven dat hij of zij gezocht wordt en dat u zich zorgen maakt. Belangrijk is dat u zelfcontrole laat zien. De pleegouder is de rots te midden van de woelige golven.

Doorzetten
Door consequent anderen te betrekken, zorgt u ervoor dat u vele malen steviger staat en het niet alleen hoeft te doen. Een steunfiguur kan het pleegkind helpen weer goed te maken wat het verkeerd heeft gedaan. Volharding is belangrijk: u komt altijd op de situatie terug. Dat hoeft niet meteen. Aangeven dat u erop terugkomt, is ook goed. Hiermee bouwt u autoriteit op.
Ondertussen geven de pleegouders en steunfiguren, of het kind zich nu wel of niet gedraagt, positieve boodschappen aan het kind, geven een klein verwennerijtje of halen leuke herinneringen op. Ook daarmee wordt de autoriteit van de pleegouder versterkt: ‘Ik ben er. Ik ben en blijf je opvoeder. Ik zal me niet gewonnen geven en jou niet opgeven.’ Het pleegkind zal meer en meer gaan beseffen: ‘Ik mag er zijn.’

Informatie en advies
Als u merkt dat u te veel straft of weleens fysiek straft, dan raden we u aan dit met uw begeleider pleegzorg te bespreken en samen actief te zoeken naar alternatieven.

Tips van pleegouders

  • Verwacht geen wonderen als een pleegkind net bij je woont. Als pleegouder moet je een lange adem hebben.
  • Heb begrip voor het feit dat je pleegkind niet zelf gevraagd heeft om plaatsing in je gezin.
  • Geef kinderen een dagschema: als het nodig is van uur tot uur. Zo houdt u controle en heeft uw pleegkind houvast.
  • Neem bij problemen contact op met uw begeleider. Liever te vroeg dan zelf lopen tobben!
  • Deel ervaringen met ander pleegouders.

 

Aanbevolen literatuur:
Geweldloos verzet in gezinnen. Een nieuwe benadering van gewelddadig gedrag, Haim Omer
Geweldloze communicatie, Marshall Rosberg
De giraf en de jakhals in ons, Justine Mol

 

Naar veelgestelde vragen Opvoeding en ontwikkeling