Thema: Tienerpleegzorg

Vanwege de onbekendheid en vooroordelen is het vaak lastig om tieners in een pleeggezin te plaatsen. Is de zorg voor een pleegpuber dan echt zo anders? Deze vraag legden we voor aan Saskia Daalhof, gedragsdeskundige van Enver. Naast haar werk voor Pleegzorg heeft Saskia als gezinshuisouder in het verleden veel pleegpubers in huis gehad.

Lastig?
Bij tieners, vooral de pubers, wordt als snel gedacht aan problemen. Maar is dat wel zo? Saskia: ‘De veranderingen in het leven van een tiener zijn groot. Zowel fysiek als sociaal gebeurt er heel veel. Niet alleen het lichaam, maar ook het brein van de tiener maakt grote veranderingen door. Recente kennis over het brein (Het puberend brein, Crone 2008) werpt een nieuw licht op het (onvoorspelbare) gedrag van tieners. Enkele voorbeelden: tieners hebben geen helikopterview, kunnen nog nauwelijks plannen en heftige emoties nemen regelmatig de overhand. Hiervan kennis hebben, is belangrijk om realistische verwachtingen te kunnen vormen over het gedrag van tieners en pubers. En ja, dat gedrag kan best wel eens lastig zijn. Denk bijvoorbeeld aan extreem gevaarlijk gedrag, dat – zoals wij volwassenen weten – kan uitlopen op “brokken”. Maar ook de hormonen die door het lijf gieren, maken het niet altijd makkelijk. Emoties kunnen daardoor heel extreem zijn.’ Wat pubers in deze periode, volgens onderzoekers, vooral nodig hebben, is de erkenning van het breinverschil en het vertrouwen van volwassenen om hen heen dat er uit dat buitenaardse wezen op een goed moment een gewone, weldenkende volwassene groeit. (Puberbrein binnenste buiten, Nelis 2009).

Tiener in pleegzorg
Bij tienerpleegzorg verschuift het accent van “zorgen en helpen” naar “coachen en ondersteunen indien nodig” en een meer zakelijke samenwoon-relatie. Een tiener zit in de ontwikkelingsfase waarin het de overgang maakt van afhankelijk zijn van volwassenen naar het verantwoordelijk zijn voor het eigen leven. Dat start op 12 à 13-jarige leeftijd. Pas rond de leeftijd van ongeveer 25 jaar heeft de mens voldoende overzicht over zijn leven om werkelijk zelfstandig te functioneren. Tot die tijd heeft hij hulp nodig van volwassenen die in hem geloven, ondersteunen en coachen. (Crone, 2008) Saskia: ‘In het werken met tieners binnen pleegzorg moet je rekening houden met de (on)mogelijkheden van tieners en de groei die zij doormaken. Tieners hebben bijvoorbeeld een zeer flexibel brein. Zij kunnen zich daardoor makkelijk aanpassen aan nieuwe situaties. Dat is natuurlijk een voordeel als het en in een nieuwe omgeving terechtkomt en te maken krijgt met allerlei mensen en instanties die betrokken zijn bij zijn ontwikkeling. Maar het brengt ook risico’s met zich mee. Zo kan de tiener “zorg en ondersteuning” normaal gaan vinden en in zijn leven sluiten. Terughoudendheid in het overnemen van taken van de tiener is mede daarom van groot belang. Naarmate de tiener ouder wordt, kan hij natuurlijk steeds meer, maar nog niet alles. Overvraging en ondervraging liggen op de loer. Belangrijk is om rekening te houden met de veranderende ontwikkelingsfase en aan te sluiten bij de groeiende mogelijkheden. Concreet betekent dit dat je naar de tiener luistert, maar niet klakkeloos achter hem aanloopt.’ Want pubers denken wel na over hun gedrag, maar dat nadenken leidt niet altijd tot verstandige conclusies. (Nelis, 2009) Saskia: ‘Juist daarom is het belangrijk dat je als pleegouder grenzen durft te stellen. Pleegouders denken soms dat ze weinig invloed hebben, omdat de peergroup – vrienden en klasgenoten – bepalend zou zijn. Maar, als pleegouder moet je durven je eigen plan te trekken. Ook als je pleegkind zegt dat àlle andere kinderen wel mogen van hun ouders.’

Meningsverschillen
In de tienerjaren ontwikkelt een kind een eigen persoonlijkheid. Dit doen ze door zich te meten aan en af te zetten tegen anderen. Hierdoor ontstaan regelmatig botsingen met volwassenen. Saskia: ‘Dat is normaal, maar voor een pleegtiener veel lastiger. Je afzetten tegen je ouders gaat makkelijker als je weet dat je ouders er altijd voor je zijn. In pleegzorg kunnen meningsverschillen die bedoeld zijn om de eigenheid te versterken echter een andere lading krijgen, omdat de vanzelfsprekendheid van de ouder-kind relatie niet aanwezig is. In de praktijk zie je daarom soms dat dergelijke discussies uit de weg worden gegaan of juist escaleren. Bij vrienden stuiten de pleegtieners vaak op onbegrip. Want, als pleegtiener moet je toch dankbaar zijn dat het gezin voor je wil zorgen. Een volwassen vertrouwenspersoon, waartegen de pleegtiener alles – hoe ongenuanceerd ook – kan vertellen, kan voor de pleegtiener dan helpen.’

Interpreteren van gedrag
Saskia: ‘Het komt wel eens voor dat gedrag door pleegouders wordt geïnterpreteerd als pleegzorggedrag in plaats van “gewoon” pubergedrag. Het roepen van pleegpubers dat ze “hun ouders nooit meer willen zien” of “weg zullen lopen uit het pleeggezin”, kan te zwaar worden aangezet. Vaak zijn de uitspraken grootser dan werkelijk wordt bedoeld. Belangrijk is dan dat je luistert, maar je hierin niet laat meeslepen. Aan de andere kant zien we dat trauma’s en herinneringen uit eerdere levensfasen naar boven kunnen komen. Dit kan gebeuren vanaf ongeveer 14 jaar en gaat gepaard met (plotselinge) gedragsveranderingen van de tiener. Veroordeling van dit gedrag kan in die gevallen makkelijk een averechts effect hebben.’

(On)geschikt
Een goede tienerpleegouder is duidelijk, flexibel, consequent en betrouwbaar en kan goed onderhandelen met de tiener. Hij neemt de tiener serieus, is niet bang voor taboes en kan zich inleven in de belevingswereld van een tiener. De pleegouder ondersteunt en stimuleert de tiener coachend, beloont en benoemt positief gedrag en stelt grenzen waar nodig. Saskia: ‘Het is een voordeel als je als pleegouder kennis en ervaring hebt met tieners en hun gedrag. Even belangrijk is dat je het leuk vindt om samen met de tiener de uitdaging aan te gaan. Samen, want het werkt alleen als de tiener ook voor pleegzorg gaat.’

 

Meer over Tienerpleegzorg
Interview ‘Iedere tiener heeft zijn eigen gebruiksaanwijzing’
Interview ‘Alle nieuwe dingen wennen’
Column ‘Oma Tonnie en de vliegende stoelen’
Naar veelgestelde vragen Opvoeding en ontwikkeling