Column: 18 jaar en dan…?

April 2017Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen, dat zeggen we vaak. Gaat dit ook op voor kinderen die al jong flink wat bagage met zich meedragen? Wellicht zijn de zorgen bij hen wel van alle leeftijden. Of is het juist andersom: verminderen de zorgen naarmate het kind ouder en daarmee stabieler wordt? Hoe het ook zij, één ding is zeker: het bereiken van de 18-jarige leeftijd is voor deze kinderen nog meer een mijlpaal dan voor een gemiddelde leeftijdsgenoot.

Op hun 18e bereiken kinderen niet alleen de volwassenheid, halen ze misschien hun rijbewijs en mogen ze grotendeels zelf beslissingen gaan nemen over hun eigen leven, maar ze laten ook nogal wat achter zich en daarmee u als pleegouder ook. De eventuele betrokkenheid vanuit de jeugdbescherming stopt en daarmee ook de ondersteuning vanuit pleegzorg. De één is daar blijer mee dan de ander. Zo herinner ik mij van een jaar of acht geleden een meisje, dat er vreselijk tegenop zag om zonder haar gezinsvoogd op de achtergrond verder te gaan. Ze werd met 17 jaar zwanger en vroeg hem om de gezinsvoogd van haar dochter te worden. En zo geschiedde. In die tijd waren we met elkaar nog wat minder bezig met ‘hoe moet dat nou straks na 18’. Gelukkig is daarin een hoop veranderd en proberen we nu al in een vroeg stadium samen met pleegouders te praten over wat er mogelijk nog nodig is. Dat heeft ook te maken met de grote veranderingen in de zorg, die best ingewikkeld zijn en nog niet voor iedereen even helder.

Met ingang van 1 januari 2015 hebben gemeenten meer taken gekregen in de langdurige zorg en ondersteuning. De AWBZ is overgegaan naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Jeugdwet en de nieuwe Wet langdurige zorg (Wlz). Dit betekent onder andere dat de gemeenten (de wijkteams) de verantwoordelijkheid voor de vrijwillige pleegzorgplaatsingen en “pleegoudervoogdij” hebben overgenomen van de jeugdbescherming. Ook brengt het met zich mee dat de gemeente beslist of er aanspraak gemaakt kan worden op verlengde ondersteuning vanuit de Jeugdwet of de Wmo. In één van de randgemeenten van Rotterdam spraken we daarom onlangs met de beleidsmakers aldaar af, dat er rondom de 17e verjaardag van een pleegkind, standaard iemand van de gemeente met de pleegzorgbegeleider meegaat op huisbezoek. Dat is meestal iemand vanuit het sociaal wijkteam. We hebben het dan over wat er mogelijk nog nodig is na 18; over wonen, school of werk en inkomen, maar ook over de mogelijkheid om verlengde jeugdzorg aan te vragen als we met elkaar denken dat begeleiding nog nodig is. De jeugdige zelf denkt hierin actief mee, we praten immers niet over maar mét hem of haar. Heel fijn.

Niet alleen voor het kind zelf verandert er een hoop met het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Ook u als pleegouder kunt tegen zaken aanlopen waarvan u nog niet weet hoe u het aan moet pakken. Schroom niet om ruim op tijd uw pleegzorgbegeleider te vragen om met u mee te denken. Nu is hij of zij er immers nog en kunt u zich met zijn of haar ondersteuning voorbereiden op wat er komt.

Een pleegzorgbegeleider