Kenniscentrum / Opvoeding en ontwikkeling / Tienerpleegzorg / Tienerpleegzorg – Column

Oma Tonnie en de vliegende stoelen

Het is lang geleden maar ik herinner me hen als de dag van gisteren. Het meisje heet Karin Groen. Op het moment dat ik haar ontmoet, is ze vijftien jaar. Hiervan woont ze er dertien bij haar oma Tonnie en opa Piet want haar te lieve moeder staat onder invloed van haar te foute vader. Voogd Erik van Bureau Jeugdzorg houdt de boel op de achtergrond in de gaten, al vanaf het moment dat Karin onder toezicht staat.

Oma Tonnie zal ik over dertig jaar nog tot in detail kunnen uittekenen. De eerste keer dat ik er kwam, staat in mijn geheugen gegrift. Behang zit er niet aan de muur, maar gezellig is het wel. Het is direct mijn eerste praktijkles in “wat is goed genoeg”. In die tijd was Nel Veerkamp veelvuldig op TV. Ken je haar, dan ken je oma Tonnie. Grijze golvende haren, tijgerprintje aan en broodmager. Of ze haar gebit in heeft, hangt af van haar stemming. Tegelijkertijd is ze goudeerlijk en zo grappig dat ik regelmatig onder de bank lig van het lachen. Je moet alleen geen ruzie met haar krijgen, kom ik een paar jaar later achter want dan zijn de rapen gaar, of in haar geval; dan gooit ze met stoelen. Terwijl we praten – ik ben op dat moment ruim zeven maanden in verwachting –  steekt ze het ene shaggie aan met het andere. Tussen de damp door probeer ik haar aan te kijken terwijl ik haar vraag hoe het met Karin gaat. Tja…een puber hè. School: weinig trek in. Werken: hoezo? Pa betaalt toch. Pa wordt verguisd, zowel door oma als door Karin. Waarom dan zijn geld aannemen? Dat is logisch legt Karin me uit. Hij heeft heel wat jaartjes goed te maken en die mag hij nu vergoeden. Aardig vindt ze hem niet nee, maar zijn geld is toch wel prettig.

Wie er in die tijd ook op TV verschijnen zijn de mede-pubers van het legendarische ‘Oh Oh Cherso’. De pa van Karin laat ze allemaal naar Rotterdam komen voor haar Sweet sixteen feestje. Geweldig vindt ze het, en samen lachen we om de foto’s. Maar het geluk is uiterlijk vertoon. Diep van binnen blijft Karin het meisje dat hunkert naar aandacht en liefde. ‘Als ik het niet genoeg krijg, misschien kan ik het dan wel geven.’, bedenkt ze op een mooie dag. Korte tijd later is ze zwanger. Oma Tonnie is woest. De dag waarop haar voogd Erik en ik een gesprek hebben met de aanstaande jonge ouders en hun familie, vliegen de stoelen door de ruimte want…kom niet aan oma Tonnies kleindochter! Met de staart tussen de benen verdwijnt het vriendje van het toneel, Karin bij haar oma achterlatend.

Op de dag dat Karin hoort dat ze een meisje krijgt, komt ze langs om het te vertellen. Ze fluistert de naam die ze in gedachten heeft voor haar dochter. ‘Prachtig’, zeg ik. Dat de naam reeds vier keer voorkomt in mijn caseload, daar heeft zij immers geen boodschap aan. En dan komt de dag dat het meisje geboren wordt in een huisje dat is bekostigd door pa. Waar Karin thuis kan blijven, dankzij het geld van pa. Waar ze niet naar school gaat en niet hoeft te werken, maar waar ze vooral ook heel eenzaam is. Zeker nu ze inmiddels achttien is en zowel Erik als ik afscheid van haar hebben genomen. Waar ze ons beiden in die jaren vaak vervloekt heeft, smeekt ze Bureau Jeugdzorg nu om het meiske alsjeblieft maar onder toezicht te plaatsen van Erik. De man die in al die jaren dat ze hem inmiddels kent meer vader voor haar is dan haar biologische vader. Bij mijn weten, is hij nu nog altijd voogd van het meisje. Ik zie hem nog wel eens bij Bureau Jeugdzorg en als we elkaar spreken dan halen we herinneringen op aan oma Tonnie en de vliegende stoelen.

Door een begeleider pleegzorg van Enver

 

Meer over Tienerpleegzorg
Thema Tienerpleegzorg
Interview ‘Iedere tiener heeft zijn eigen gebruiksaanwijzing’
Interview ‘Alle nieuwe dingen wennen’

Naar veelgestelde vragen Opvoeding en ontwikkeling