Bij een vrijwillige plaatsing en bij een plaatsing in het kader van een ondertoezichtstelling (OTS) behoudt de ouder het gezag. In het geval van voogdijplaatsing heeft de ouder geen gezag (meer).

Normaal gesproken hebben de ouders van een kind het gezag. De met gezag beklede persoon heeft het recht en de plicht om het kind te (laten) verzorgen en op te voeden. Een kinderbeschermingsmaatregel beperkt het gezag van de ouders.

Gezag bij vrijwillige plaatsing
Wanneer een pleegkind vrijwillig is geplaatst ligt het gezag bij de ouder(s). Het pleegkind verblijft met instemming van de
ouder(s) in het pleeggezin en er is geen sprake van een OTS of voogdij. Voor alle (belangrijke) beslissingen hebben pleegouders de toestemming van de ouder(s) nodig; inschrijving op een school, medische behandeling, aanvragen van een paspoort enzovoort.

Gezag bij een OTS
Bij een ondertoezichtstelling houden de ouders het gezag over hun kind. Het kind en de ouders worden begeleid door een gezinsvoogd. Belangrijke beslissingen moeten de ouders eerst bespreken met hun gezinsvoogd. Hiermee is het recht van de ouder met gezag om het kind zelf op te voeden en te verzorgen beperkt.
Een gecertificeerde instelling kan de ouder(s) een schriftelijke aanwijzing verstrekken. Dit is een wettelijk dwingende opdracht om iets te doen of na te laten met betrekking tot de verzorging en opvoeding van het pleegkind. Een schriftelijke aanwijzing kan bijvoorbeeld instructies bevatten over de omgangsregeling tussen de ouder en het pleegkind.
Bij een OTS wordt jaarlijks beslist over verlenging van deze maatregel.

Als de ouders niet in staat zijn om zelf voor hun kind te zorgen kan na anderhalf jaar uithuisplaatsing overwogen worden of het opleggen van een ‘gezagsbeëindigende maatregel’ aan de ouder(s) in het belang van het kind is. De gecertificeerde instelling vraagt dan aan de Raad voor de Kinderbescherming om een onderzoek in te stellen. De Raad kan vervolgens een verzoek aan de kinderrechter voorleggen. Instemming van de ouder(s) is niet nodig. Als de rechter besluit tot een ‘gezagsbeëindigende maatregel’ wordt er een voogd aangewezen.

Gezag bij voogdij
Wanneer een pleegkind onder voogdij staat, ligt het gezag bij een voogd. Dit is een gecertificeerde instelling of een persoon, bijvoorbeeld een pleegoudervoogd. Meer informatie over pleegoudervoogdij
Naar veelgestelde vragen wet- en regelgeving