Nieuwsbrieven / Column – ‘Huilen van (on)geluk?’

Column – ‘Huilen van (on)geluk?’

Augustus 2018 – Beste Lucilla, ik ben onderweg naar huis, mijn telefoon ligt op schoot en staat op de speaker. Ik ben vier dingen tegelijk aan het doen en ik hoor de jeugdbeschermer van jouw kinderen zeggen: ‘Ze barstte in huilen uit.’ Mijn hart mist een slag. ‘Nee hè, denk ik… zaten we er dan zo naast?’ Ik zet de auto even langs de kant van de weg en ga in gedachten een jaar terug in de tijd.

Beschadigd
Ik neem de begeleiding over van een pleeggezin met een jongetje van 2 jaar dat langdurig bij hen opgroeit. Jouw jongetje. Zijn kleine broer woont nog bij jou. Een meisje ben je eigenlijk nog. Het woordje ‘beschadigd’ staat bijna op je voorhoofd. Je hebt veel liefde in je maar tegelijkertijd zo weinig gekregen in het leven, dat je niet weet wat je met jezelf en je kleine jongetjes aan moet. We zien je hunkeren om aandacht van mannen die jou niet verdienen, waardoor je het belang van jezelf en je jongetjes uit het oog verliest.

Groot verdriet
Je verdriet over het niet meer mogen zorgen voor je oudste is zo groot dat je uitspraken doet die niet terug te draaien zijn. De dag waarop je roept dat je eerst die kleine en daarna jezelf wat zult aandoen, geeft de jeugdbeschermer geen andere keuze om dan ook je kleine mannetje op te halen. Een beschikbaar pleeggezin is er nog niet maar zijn veiligheid staat op het spel. Ondertussen bel ik het enige gezin dat ik durf te vragen of ze er tijdelijk een kleintje bij kunnen hebben. Twee weken is hij er welkom en daarmee zijn we voor nu geholpen. De biologische zoon in dat gezin, die zijn moeder inmiddels aardig kent, grapt: ‘Ja ja mam, tijdelijk tot zijn 18e zeker?’ Dat is zeker niet de bedoeling. Eerst maar onderzoeken of er mogelijkheden zijn om dit kleintje weer terug te krijgen bij jou.

Het is niet anders
Er wordt uitgebreid onderzocht, gewikt en gewogen. Ondertussen mag je mannetje nog een poosje blijven in het crisispleeggezin. De onderzoeker adviseert een blijvende uithuisplaatsing. Dit tot groot verdriet van jou omdat je voor jouw gevoel weer een kindje kwijtraakt. De overplaatsing naar het langdurige gezin dat ik inmiddels in gedachten heb, zal niet gemakkelijk zijn. Je zoontje is inmiddels hartstikke gehecht aan de crisispleegouders bij wie hij alweer zes maanden woont. Ook de relatie tussen jou en deze mensen is goed, maar het is niet anders.

Het beste voor jouw mannetje
Dan blijkt echter dat de mensen die ik in gedachten had, niet meer verder willen met pleegzorg. Ik kan helemaal overnieuw beginnen. Met lood in mijn schoenen ga ik naar het pleeggezin om ze dit te vertellen. Het spijt me oprecht. Voor jouw mannetje, dat zich nog meer zal gaan hechten in dit gezin nu hij er nog langer blijft, maar ook voor de pleegouders bij wie hij maar twee weken zou zijn tenslotte. Maar dan kijkt de pleegmoeder haar man aan en spreekt de legendarische woorden: ‘Geeft niks hoor, dan blijft hij toch lekker hier.’ Ik ben sprakeloos. Jouw mannetje is hier zo op zijn plaats. Als hij dan niet terug kan naar jou, dan is dit toch zeker het beste voor hem. Ik overleg met de jeugdbeschermer die net zo blij is als ik. Aan haar de schone taak om het met jou te bespreken. Want ondanks deze relatieve blijdschap weten we heus wel dat bij jou het verdriet overheerst.

Huilen van geluk
Terug naar vandaag want daar belt de jeugdbeschermer mij dus over. ‘Ze moest keihard huilen’, hoor ik weer. Ze heeft het over jou. Jij moest keihard huilen toen de jeugdbeschermer je vertelde dat je zoontje in het crisispleeggezin mag blijven. Mijn schrik blijkt onterecht. Deze keer huil je namelijk niet van ellende maar van geluk. Geluk, omdat jouw zoontje mag blijven bij mensen aan wie hij gehecht is. Geluk, omdat hem een overplaatsing bespaard wordt. Geluk, omdat je er vertrouwen in hebt dat deze mensen hem zullen opvoeden tot een fijn mens. Geluk, omdat je weet dat ze jou als moeder altijd zullen blijven betrekken bij zijn leven. Gewoon, omdat je zijn moeder bent.

Opgelucht vervolg ik mijn weg naar huis.

 

Een pleegzorgbegeleider