Nieuwsbrieven / Linda de Mol

Column – Beste Linda de Mol

Beste Linda,

Middels Linda Lijnt roep jij tout Nederland op om samen met jou de strijd tegen de kilo’s aan te gaan. Ik doe mijn best, maar het is moeilijk echt waar. Dagelijks neem ik meer voedsel tot mij dan goed voor me is. Ik ben echter van mening dat mij dit maar ten dele te verwijten valt. Waarom? Volg me op een doorsnee dag.

Pleegzorgbegeleider; voordat ik eraan begin lijkt het me een zeer aantrekkelijk vak, en dat is het ook. Dynamisch in alle opzichten. Vooral het rennen van de een naar de ander, vaak figuurlijk soms letterlijk, spreekt me enorm aan. Wie weet ga ik wel op de fiets en word ik superslank, droomde ik. Natuurlijk kwam daar niets van terecht. In acht jaar tijd heb ik elke dag de auto gepakt en weeg ik een slordige tien kilo meer dan aan het begin van mijn carrière.

Maar, vandaag begin ik Linda. Samen met jou en nog 500.000 anderen, na een zeer, zeer bourgondisch weekend. Maandag is voor mij altijd een drukke dag. Er staan vijf afspraken in mijn agenda, weinig tijd om te eten zou je denken…

Ik begin lekker op tijd met mijn eerste huisbezoek. De pleegmoeder waar ik verwacht word, kan heerlijk bakken en heeft altijd restjes over van het weekend. Zo ook vandaag. Kersenvlaai, dat is fruit toch? Bij hoge uitzondering besluit ik dat ik dit mag. Een uur later vertrek ik voldaan naar mijn volgende afspraak. Een Antilliaanse tante waar ik al jaren kom. Ferm mikt ze vanaf de eerst keer dat ik haar zag standaard zes klontjes in mijn thee. Destijds niet mondig genoeg om te zeggen dat ik geen suiker blief, inmiddels totaal ongeloofwaardig en gedoemd om dit tot in de eeuwigheid te drinken.

Tegen het middaguur ben ik onderweg naar mijn derde afspraak. Snel werk ik achter het stuur twee boterhammen naar binnen. Niet mijn gewoonte, maar vandaag sluiten er twee jeugdbeschermers bij het huisbezoek aan en het praat toch minder prettig met een mond vol pindakaas. Van deze beslissing heb ik onmiddellijk spijt als ik bij binnenkomst de gedekte tafel zie. Een heerlijke lunch voor vier personen. Of ik al gegeten heb? Nee zeg, welnee!

Halverwege de middag vertrek ik richting kantoor voor een begeleid bezoek. Het kleintje is jarig geweest en haar moeder heeft wat lekkers meegenomen. Zelfgebakken, dat kan ik niet met goed fatsoen afslaan, dat snap jij toch zeker ook wel Linda? Het zou haar hart breken en harten breken is tegen mijn principe. Meer nog dan het eten van gebak met ingrediënten van een twijfelachtige herkomst. Dus, terwijl ik in gedachten het aantal calorieën bereken, spoel ik met een sloot hete koffie het mierzoete plakje weg.

Aan het einde van de dag heb ik nog een laatste huisbezoek. Na schooltijd, zodat ik ook het kind zelf even kan zien. Dat vindt hij gezellig en ik ook. Volgens mij kan hier weinig misgaan. De jongen staat me al op te wachten: ‘Ik heb een verrassing voor je! Speciaal omdat jij komt, heb ik gevulde speculaas gebakken.’ Verslagen keer ik even later huiswaarts.

Thuis kom ik de avondmaaltijd ongeschonden door. Logisch want er past nauwelijks nog iets bij. Als de kinderen op bed liggen, stort ik op de bank. Mijn man trekt een zak chips open en reikt me die uitnodigend aan. Vriendelijk doch beslist sla ik af. Dan spreekt hij de legendarische woorden: ‘Lieverd, ik ben toch zo trots op jou. Ik wilde dat ik jouw doorzettingsvermogen had.’ Ik laat hem in de waan. Ik ben een slecht mens. Beste Linda, jij weet nu dat het niet alleen mijn schuld is. Echt waar, morgen probeer ik het opnieuw. 

Een pleegzorgbegeleider
juni 2017