Nieuwsbrieven / Vragen van pleegouders over de bezoekregeling beantwoord

Annemiek van der Wel van JBRR en Yvonne van Adrichem van Enver beantwoorden de vragen van pleegouders over de bezoekregeling

Augustus 2018 – In de vorige nieuwsbrief heeft de POR geschreven over de bezoekregeling. In deze nieuwsbrief beantwoorden Annemiek van der Wel van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) en Yvonne van Adrichem van Enver de vragen die u, de pleegouders, hierover stelden.

Hoe waarborg je het welzijn van een kind bij (pedagogisch) onmachtige ouders?
Annemiek van der Wel: ‘Het is in het belang van het kind om contact te houden met zijn of haar biologische ouders. We proberen de ouders dan ook zo goed mogelijk te ondersteunen en te begeleiden bij het opvoeden en de bezoeken. Als u als pleegouder merkt dat de bezoeken met uw pleegkind en zijn of haar ouders lastig verloopt, kunt u dit aangeven bij uw pleegzorgbegeleider.’

‘We houden zelf ook goed in de gaten hoe de bezoeken verlopen tussen de biologische ouders en hun kind(eren) en ook hoe dit hun onderlinge band of relatie beïnvloedt. Onderwerpen zoals het verloop van de bezoeken, de duur, de frequentie, wel of niet begeleide bezoeken zijn zaken die regelmatig met ouders en pleegouders geëvalueerd moeten worden. Als het nodig is spreken we ook zonder de kinderen af om de situatie te evalueren, we betrekken de kinderen op een manier die bij hun leeftijd past. We handelen altijd vanuit wat het beste is voor het kind en wat er nodig is om dat te bereiken.’

Vindt er van tijd tot tijd onderzoek plaats over wat het doet met een pleegkind als het de ouders bezoekt en er dan vanuit de ouders weinig aandacht voor ze is?
Annemiek van der Wel: ‘Wij doen zelf geen wetenschappelijke onderzoeken maar als er landelijk dit soort onderzoeken plaatsvinden en gepubliceerd worden zijn onze gedragswetenschappers hier van op de hoogte. Relevante of belangrijke resultaten voeren we dan door in onze hulpverlening en/of aanpak.’

Kunnen er weer kamers voor ouder-kind bezoeken komen, zoals een speelkamer, met diverse mogelijkheden?
Yvonne van Adrichem: ‘Op dit moment worden alle panden van Enver geïnventariseerd. We weten al dat wij de Eendrachtsweg gaan verlaten, onze locatie op de Heindijk blijft. Bij de inventarisatie nemen we mee dat er spreek- en bezoek-kamers behouden moeten blijven (Heindijk). Zodra helder is op welke locaties er nog meer bezoeken kunnen plaatsvinden worden de pleegzorgbegeleiders hiervan op de hoogte gesteld. Daarnaast blijven bezoeken plaatsvinden bij de Gezinsvoogdij-instellingen. Dat is in ieder geval aan de orde wanneer er toezicht in het pand aanwezig moet zijn voor het bezoek.’

Is het mogelijk om biologische ouders meer te begeleiden om de bezoeken positief te laten verlopen?
Annemiek van der Wel: ‘We proberen altijd de biologische ouders te betrekken, ondersteunen en te begeleiden in de bezoeken. Het is en blijft wel een punt van aandacht als de ouders hier niet tot minder goed toe instaat zijn en dit invloed gaat hebben op het kind. In elke situatie kijken we goed naar wat het doet en betekent voor het kind. Als dit speelt kunnen pleegouders dit altijd melden aan hun pleegzorgbegeleider.’

Kan het verplicht worden voor biologische ouders om voor het bezoek aan te geven of ze komen zodat hun kind niet teleurgesteld wordt?
Annemiek van der Wel: ‘Nee, dat kunnen we niet verplichten. Wat we wel vaak doen, is de biologische ouders van te voren even bellen of appen om ze aan het bezoek te herinneren.’

Vanwege pleegoudervoogdij is er bij ons geen gezinsvoogd. Maar soms zou het toch wel handig zijn dat er iemand met moeder praat over hoe ze handelt. Wat zijn daarin de mogelijkheden?
Yvonne van Adrichem: ‘Bij de aanvraag van de gezagsbeëindigende maatregel zijn dit zaken die besproken worden. Bij pleegoudervoogdij wordt vanuit JBRR de casus overgedragen aan het wijkteam. Wanneer het contact problematisch is of als er veel zorgen is over (het handelen van) de biologische ouders kan dit gemeld worden bij de pleegzorgbegeleider of het wijkteam.’

Waarom zijn er belcontacten nodig met ouders van (jonge) pleegkinderen, als pleegkinderen laten blijken dat ze daar helemaal geen behoefte aan hebben?
Annemiek van der Wel: ‘Omdat het behouden van de relatie en band tussen biologische ouders en hun kinderen belangrijk is voor een gezonde ontwikkeling van het kind. Ook hier wil ik weer aangeven dat als de contacten niet goed verlopen, pleegouders dit kunnen melden en bespreken. Daarnaast hangen de (bel)contacten tussen biologische ouders en hun kinderen ook af van het doel en perspectief van de pleegzorgplaatsing. Als een kind bijvoorbeeld voor een kortere periode uit huis wordt geplaatst, is het van groot belang dat hij of zij niet de band/relatie met zijn of haar ouders verliest. Dit geldt ook voor een langere plaatsing, maar dan kunnen de contactmomenten in een andere vorm zijn en/of zit er meer tijd tussen de contactmomenten. Werken in de pleegzorg vraagt altijd om maatwerk, omdat elke uithuisplaatsing anders is.’

Kan er meer duidelijkheid komen over waaraan de bezoeken beslist moeten voldoen, zoals tijdsduur, locatie, onkosten, enzovoorts?
Annemiek van der Wel: ‘Dit hangt allemaal af van de leeftijd van het kind, de situatie, de reden en het doel van de uithuisplaatsing. Er zijn daarom geen vaste regels of een regeling over de bezoeken, tenzij dit is vastgesteld door de rechtbank.’

Als weekeindpleegouder horen of zien we tijdens het brengen en ophalen dat moeder meer hulp wil dan de lichte en kortdurende hulp die zij nu krijgt. Zij geeft dat echter pas bij de instanties aan als de nood (hoog) is opgelopen.
Yvonne van Adrichem: ‘Binnen het hulpverleningstraject wordt er specifiek gekozen voor weekeindpleegzorg en bijvoorbeeld niet voor “gewoon” logeren. Het is fijn dat pleegouders het welzijn van de kinderen in beeld hebben en dit soort signalen en dilemma’s bespreken met hun pleegzorgbegeleider. De pleegzorgbegeleider kan deze dan bespreken met diegene (gezinsvoogdijinstelling of het wijkteam) die de aanvraag tot weekeindpleegzorg heeft gedaan.’

 

Heeft u nog vragen over de bezoekregeling, stel deze dan aan uw pleegzorgbegeleider.