Marijke: 'het pleegouderschap houdt je jong'

Nikki is een vrolijk meisje van 3 jaar oud. Ze huppelt door de kamer en kletst honderduit. ‘Ja, iedereen loopt met haar weg’, vertelt Marijke trots. Anderhalf jaar geleden kwam Nikki bij Marijke en haar man wonen. ‘Ze noemt mij oma, maar officieel ben ik dat niet.’

Marijke en haar man ontmoetten Nikki voor het eerst op de verjaardag van hun zoon. Marijke: ‘Na een jarenlange drugsverslaving leek het alsof onze zoon de boel weer een beetje op de rit kreeg; hij had een nieuw huisje en deed zijn best om er wat van te maken. Op zijn verjaardag maakten we kennis met zijn nieuwe vriendin en haar dochtertje. Zij waren kort daarvoor bij hem ingetrokken. Dat dochtertje was Nikki. We dachten dat het beter met onze zoon ging, maar we schrokken van wat we daar aantroffen. Het huis was erg rommelig en vies en Nikki zag er slecht verzorgd uit. Nikki’s moeder bleek ook drugsverslaafd.’

Omdat het het enige was wat ze konden doen, boden Marijke en haar man aan om af en toe op te passen. Marijke: ‘We hebben toen van alles aangeschaft voor Nikki, want zij hadden werkelijk niets’. Mijn man zei toen vaak: ‘Laten we Nikki toch hier houden, daar heeft ze toch geen leven!’, maar ja, zo werkt het helaas niet.’

Crisis

Tot Marijke en haar man op een dag gebeld werden met het bericht dat Nikki uit huis geplaatst is en in de crisisopvang zit. Marijke: ‘De situatie daar thuis was zo verslechterd, we schrokken heel erg toen we daar aankwamen. Het huis was echt onbewoonbaar, zo vies was het. Dus het was logisch dat ze Nikki daar hadden weggehaald.’

De situatie bleek zo ernstig dat Nikki niet meer thuis kon wonen. Marijke vroeg Nikki’s moeder of zij het goed vond als Nikki bij hen kwam wonen. En dat vond ze goed. ‘Gelukkig maar, anders was ze naar een voor haar onbekend gezin gegaan’ zegt Marijke. En zo werden Marijke en haar man ineens de pleegouders van Nikki.

Slim

Als Nikki net bij Marijke en haar man woont heeft ze veel last van nare dromen. Ze wordt midden in de nacht vaak wakker en schreeuwt het dan uit. Ze schakelen hulp in en proberen haar hier zo goed mogelijk bij te helpen.

Inmiddels woont Nikki al meer dan 1,5 jaar bij hen en gaat het goed met haar. Marijke: ‘Iedereen loopt met haar weg. We zijn bijna ieder weekend op de camping te vinden en daar heeft ze veel vriendjes en vriendinnetjes. En het is een heel slim kind. Ze loopt best voor op haar leeftijdsgenoten.’

Contact met Nikki’s moeder

Op dit moment is er geen contact met haar moeder, ondanks vele pogingen vanuit jeugdzorg. Nikki’s moeder komt niet opdagen op afspraken en heeft Nikki nu meer dan een jaar niet gezien. Ze is dakloos, nog steeds verslaafd en accepteert geen hulp. Op de vraag of ze hoopt dat Nikki ooit terug kan naar haar moeder antwoordt Marijke:  ‘Zoals het er nu voorstaat hoop ik dat ze nooit naar haar moeder teruggaat, maar ik zal er alles aan doen om haar in haar leven te houden. Ik weet namelijk zeker dat ze van haar kind houdt. Maar ja, als je niet voor jezelf kunt zorgen, hoe kun je dan voor een kind zorgen?’

Twee pleegkinderen in huis

Vier maanden lang woonde er naast Nikki nog een pleegkind in huis, een meisje van 4. Met Kerst zagen Marijke en haar man een oproep van Enver dat ze met spoed pleeggezinnen zochten. Marijke: ‘Wij dachten: we hebben hier nog plek, we hebben liefde, en we hadden het er al wel eens over gehad dat het voor Nikki goed zou zijn als er nog een ander kind in huis zou wonen.

Maar Jaidy vroeg heel veel aandacht, ze had veel hechtingsproblemen. Marijke: ‘Het ging gewoon niet, die twee samen. Jaidy wilde alles wat Nikki ook had, dus we hadden de hele dag door strijd.’ Marijke en haar man vonden het heel moeilijk en verdrietig om er na vier maanden voor te kiezen dat het meisje weg moest, maar ‘Het kon zo echt niet langer, ook voor het meisje zelf niet, zegt Marijke.

Na deze ervaring zeiden ze dat er geen tweede pleegkind meer kwam. Maar toen hun jeugdzorgbegeleider laatst vertelde dat ze een hele nacht met een kind van net één jaar op haar arm had rondgelopen omdat ze geen gezin voor hem konden vinden, zeiden Marijke en haar man tegen elkaar: ‘Misschien kunnen we dan toch crisispleegouders worden, want dat is kortdurend’.

Eigen

Marijke: ‘Mensen zeggen vaak tegen ons: “Ik zou ook wel pleegouder willen worden, maar dan zit je zo aan alles vast.” Maar ik vind het eigenlijk hetzelfde als toen ik zelf kinderen had, alleen heb je er nu een stukje verplichting bij richting jeugdzorg. En het voelt ook heel eigen, ik kan niet zeggen dat ik van mijn eigen kinderen meer houd dan van Nikki. Maar dat heb ik echt van huis uit meegekregen. Bij ons thuis werd altijd iedereen opgenomen, wie je ook was.’  

Toekomst

Marijke hoopt dat Nikki tot haar 18e bij hen blijft. ‘Of er moet ineens een wonder gebeuren met Nikki’s moeder, maar eerlijk gezegd zie ik dat niet snel gebeuren. Als het op een dag beter gaat, kan ze daar misschien wel eens gaan logeren. En als in de toekomst de situatie echt positief verandert, dan kunnen we misschien co-ouderschap met haar moeder aangaan. Maar ik hoop dat ik mijn taak kan volbrengen, al ben ik tegen die tijd al wel oud. Maar ach, het pleegouderschap houdt je jong!’


I.v.m. de privacy zijn de namen van de pleegkinderen in dit verhaal niet de echte namen.